Trauma, IQ en het misverstand van slimheid
In 2011 onderzochten Ibrahim Kira en collega’s hoe trauma en PTSS samenhangen met intelligentie bij zwaar getraumatiseerde jongeren: Iraakse vluchtelingen en Afro-Amerikaanse adolescenten uit Detroit. Hun resultaten doorbraken een hardnekkige aanname — dat trauma altijd leidt tot lagere cognitieve prestaties.
Sommige trauma’s, zoals seksueel misbruik of verlating, hadden inderdaad een negatieve invloed op IQ, vooral op werkgeheugen en verwerkingssnelheid. Maar secundaire trauma’s, zoals het meemaken van ouders die oorlog of geweld hadden doorstaan, leken in sommige gevallen zelfs een tijdelijk positief effect te hebben. Al is positief misschien niet het juiste woord.
De verklaring lag vooral in hoe het brein op het trauma reageert en hoe het ons eigenlijk beschermt.
Bij PTSS bleken herbelevingen en hyperalertheid het IQ te verlagen, terwijl dissociatie en vermijding juist tijdelijk bescherming boden — het brein zet de emoties even uit om te overleven en als het trauma nooit is verwerkt zal het dit blijven doen elke keer als er een ‘speurtje van gevaar’ is.
Het onderzoek noemde dat een “stimulerend effect” van bepaalde trauma’s maar op die manier lijkt het alsof je een voorsprong hebt op anderen en dat is dus niet zo.
Mijn brein als schuilplaats
Mijn trauma’s begonnen op ongeveer 4-5 jarige leeftijd, en duurde tot mijn 15de. Mijn brein had al snel door dat wat ik mee maakte teveel was om te dragen en heeft grote delen door dissociatie verstopt in mijn hoofd. Ik heb er geen herinnering van, kan het niet terug halen en voel of merk er niks van. Maar dit onderdrukken kost energie en ‘werkgeheugen’. Het was een constante activiteit met soms een uitschieter als mijn ptss in regessie was of ik getriggerd werd. Pas later en veel later ben ik erachter gekomen hoe het werkte. Maar op dat moment was een deel van mijn brein, intelligentie, cognitieve capaciteit druk bezig met het stilhouden van alle ellende die ik had meegemaakt. En tegelijkertijd de wereld zien als een hele gevaarlijke plek.
Dissociatie gebeurde ook later in het leven, en hielp me om dat vol te houden. Mind you, het is niet iets bewust. Ik kan het niet aan of uit zetten, het was er en vroeger als bescherming maar toen ik ouder werd en voor mezelf kon zorgen was het niet meer nodig. Het is een fascinerend en tegelijk tragisch verschijnsel: je brein splitst wat te pijnlijk is af, zodat je kunt blijven functioneren. Maar later in het leven ben ik ook herinneringen van mensen en situaties kwijt geraakt die leuk waren maar waar mijn brein dácht dat ik in gevaar was door bijvoorbeeld een achtbaan tijdens een trip, of een geur uit mijn jeugd die ik misschien op dat moment rook of een blik van iemand die op de dader leek. Het brein gaat vooraf al dissocieren en wordt steeds gevoeliger.
Van buiten lijkt dat sterk — je presteert, je lacht, praat, doet en je blijft overeind. Maar van binnen leeft alles op afstand. Ik was soms hele dagen kwijt en dan kwam dat niet terug als iemand me hielp om het te herinneren door te vertellen wat we hadden gedaan, weg is weg. Alsof er een blok van een dag of week uit je geheugen is gehaald.
Het voelde alsof je helder denkt, alles heel zorgvuldig doet en dat het goed gaat maar eigenlijk doe je dingen zonder te voelen.
En dat is precies wat Kira’s onderzoek in cijfers laat zien: dissociatie kan tijdelijk het denken scherp houden, maar het vertraagt de integratie van emoties en ervaringen. Je functioneert, maar je groeit niet. Je blijft op een bepaald emotioneel niveau hangen omdat er gewoonweg geen ruimte is om je verder te ontwikkelen. Alles is riskant, en ondertussen houdt je brein je veilig door je alleen te begeven op bekend terrein.
Overlevingsintelligentie versus veerkracht
Ik ben later pas gaan begrijpen dat mijn intelligentie jarenlang vooral gebruikt werd om te overleven. Het werd me pas duidelijk toen ik mijn trauma had verwerkt en mijn coginitieve vermogens toenamen wat ik had maar op een andere manier werd gebruikt. En…. waarom ik mij (ondanks de intelligentie test op vroege leeftijd) altijd dom heb gevoeld ondanks de uitslag van de IQ test. Ik vond mezelf een imposter, als ik zo slim was dan had ik toch zeker wel hoge cijfers gehad en een beter leven?
Maar mijn – lieve slimme brein – was druk bezig met mij beschermen totdat ik klaar was om mijn jeugd te verwerken. Als dat niet slim is.
Breekpunt
Zoals een emotionele of heftige situatie je brein triggert om te beginnen met dissocieren kan eenzelfde heftige situatie je brein ook triggeren dat het genoeg is en niet meer verder kan. En dat gebeurde bij mij toen mijn dochter ernstig ziek werd en we niet wisten of zij het zou redden. Ergens voelde ik het in mijn hoofd en lijf. Een soort verandering, een storm op komst die ik niet alleen aan kon. Ik heb toen hulp ingeschakeld en gekregen en ben toen voor het eerst in mijn leven met mijn trauma echt goed aan de slag gegaan met behulp van EMDR en Exposure therapie. Mijn brein was niet meer in staat alles op zijn plek en verborgen te houden en het kwam met grote golven mijn leven weer in. Ik moest er echt doorheen, de cyclus van emoties verwerken moest worden afgerond en dat duurde bij mij zes jaar maar wel met succes.
Heling als herverbinding
Tijdens mijn herstel van complexe PTSS merkte ik dat mijn manier van denken veranderde. Het werd trager, zachter, minder strategisch, meer observerend en ik was in staat om niet overal op te reageren of aan mee te doen. Ik bleef zitten, ongemoeid, zonder angst, zonder het gevoel dat ik íets moest doen.
Ik ging nachten doorslapen, mijn leven lang heb ik nachtmerries gehad en werd ik om 4 uur ’s nachts wakker door cortisol pieken die door mijn hyperwaakzaamheid eigenlijk altijd aan stond. Ik kon rustig in een ruimte zitten met mensen om mij heen in plaats van mijn rug naar de muur zodat ik kon zien wie er aan komt lopen. Ik was niet meer (zo) moe na een dag werk waar mijn brein alleen maar op FULL ALERT stond. Mijn hoofd is niet meer bezig om te overleven, het voelt nu dat het veilig(er) is en dat ik nu volwassen genoeg ben en tools heb om mijzelf te beschermen. En dat is een proces, van doen, ombuigen, zelfs neuroplasticiteit en dus niet van de een op de andere dag veranderd.
Kira’s onderzoek gaf me woorden voor iets wat ik intuïtief al wist: intelligentie kan een beschermingsmechanisme zijn. En wanneer het brein eindelijk weer durft te voelen, verandert niet alleen het denken — maar de betekenis van “intelligent zijn” zelf.
Tot slot
Trauma-onderzoek laat zien wat cijfers kunnen meten. Ervaringen als de mijne laten zien wat die cijfers betekenen. De schijnbaar “hoge” intelligentie van een overlever is vaak het product van dissociatie, niet van vrijheid. Pas als we durven zien dat slimheid soms gewoon een overlevingsstrategie is, kunnen we ruimte maken voor iets veel belangrijkers: het vermogen om te leven, niet alleen te begrijpen.
Bron:
Kira, I. A., Lewandowski, L., Somers, C. L., Yoon, J. S., & Chiodo, L. (2011). The Effects of Trauma Types, Cumulative Trauma, and PTSD on IQ in Two Highly Traumatized Adolescent Groups. Psychological Trauma: Theory, Research, Practice, and Policy, 4(1), 128–139.
